Omroepersgilde

d'n Ouwe Omroeper

AGENDA


CONTACT

d’n Ouwe Omroeper
De Rits 3
8356 HD BLOKZIJL
Tel: 0527-291858
Mob: 06-53616259
e-mail:

 

Geschiedenis van het omroepen

Hoort, hoort en zegt het voort. Dit was de kreet die de stads- en dorpsomroeper bezigde als hij de aandacht van het volk vroeg. Heden ten dage zijn er niet veel omroepers meer. Het beroep, of zoals de omroeper het zelf noemt, het ambacht omroepen zoals vroeger, is tegenwoordig zo goed als uitgestorven.

Omroepers zijn er al net zolang als er mensen zijn. Door zijn aangeboren nieuwsgierigheid heeft de mens altijd al willen weten wat er zich afspeelde buiten zijn eigen belevingswereld. De oermens vertelde duizenden jaren geleden verhalen in de vorm van schilderingen met begeleidende klanken en gebaren aan de rest van de stam. Door bij dezelfde tekeningen, dezelfde klank te maken werden er woorden gevormd. De klanken hadden het voordeel dat je iets kon zeggen zonder dat je het hoefde uit te beelden. Klanken kregen tekens en door verschillende tekens achter elkaar te zetten kreeg men verschillende klanken achter elkaar en zie: woorden gingen een taal vormen. Toen de oermens erachter kwam dat taal een manier was om te communiceren, werd zijn nieuwsgierigheid aangewakkerd om meer te weten te komen van wat er om hem heen gebeurde. Dus zolang de mensheid deze aardkloot bevolkt, is er aandrang om allerlei zaken communicatief te verspreiden, en zo is het nut van de omroeper geboren.
Evolutie

De eerste bekende omroeper, volgens de Griekse mythologie, wordt vermeldt in de 24-delige epos Ilias, een verzenbundel toegeschreven aan Homerus (800 v. Chr.). Hierin wordt gewag gemaakt van een Griekse heraut met de naam Stentor.
Deze had een stem zo krachtig als de stemmen van 50 mannen. Hij had deze stem gekregen van Hera omdat deze hem gunstig gezind was. Met zijn stem kon hij vanaf het slagveld, al roepende, rechtstreeks verslag uitbrengen naar de stad. Dit is het eerste bekende opgeschreven bewijs dat er gebruik werd gemaakt van een heraut (boodschapper) die luidkeels een bevel, opdracht of bericht van zijn meerdere doorgaf. Door dit gegeven is de Engelse uitdrukking ontstaan een 'stentorian voice' hebben, veelvuldig toegepast door de Victoriaanse schrijvers om bellenmannen en omroepers te beschrijven.
Stentor

Phidippides

Een andere bekende omroeper of boodschapper was de Griekse soldaat Phidippides die in het jaar 490 v.Chr. van Marathon naar Athene gesneld zou zijn om het nieuws van de overwinning van de Atheners (onder leiding van generaal Miltiades) op de numeriek veel sterkere Perzen te melden. De geschiedenis vermeldt wel dat deze tocht, van Marathon naar Athene (eerste marathon) een dodelijke afloop had: na het uitbrengen van de woorden, in het centrum van Athene, "Verheug u, wij hebben gewonnen!", viel de boodschapper dood neer.
Echter het feit dat hij een boodschap over te brengen had, maakt van deze soldaat één van de eerste boodschappers, dus voorloper van de omroeper, waar bekendheid aan gegeven is.

Johannes de Doper zou naast profeet ook omroeper kunnen zijn, gezien de volgende tekst uit de bijbel:

Johannes moest de komst van de Verlosser aankondigen in de wereld. Deze man die er zo wild uitzag, geen macht of indrukwekkende positie had, sprak met een bijna onweerstaanbaar gezag. Mensen werden geraakt door zijn woorden, omdat hij de waarheid sprak en hen uitdaagde, om zich af te keren van alle verkeerde dingen, en om zich te laten dopen als teken van bekering.
Johannes de Doper

Door de eeuwen heen werden de diensten van de omroepers gebruikt door verschillende overheidsinstanties en middenstanders. Eind 15e eeuw is in Engeland voor het eerst het advies: "don’t schoot the messenger" gebezigd en wel door de schrijver William Shakespeare in "Henry IV part 2" en in "Antony and Cleopatra".
William Shakespeare
De term was rond die tijd van toepassing op de omroeper die berichten publiekelijk verkondigde in naam van de regerende adel. Deze berichten met vaak slecht nieuws, zoals belastingverhogingen, vielen niet altijd in goede aarde waardoor menig omroeper, als hij geen bescherming bij zich had, zijn taak met de dood moest bekopen. Daarom werd bij wet aangenomen dat het kwetsen van een stadsomroeper werd beschouwd als landverraad.

De uitvinding van papier en de uitvinding van de boekdrukkunst (in 1438 door Johannes Gutenberg) betekende, verspreid over de laatste eeuwen, langzaam het einde van de wandelende stads- en dorpsomroeper.
Drukpers

Er verschenen kranten, toen nog courant of gazet geheten.
De oudste krant van Nederland is de Leeuwarder courant. Deze krant werd opgericht in 1752. Het Algemeen Handelsblad was de eerste krant die in 1830 elke dag uitkwam.
Een dagelijkse krant brengt de nieuwtjes en mededelingen sneller rond aan een grotere groep mensen dan de groep die je van mond tot mond kunt bereiken.

Door de eerste leerplichtwet welke effectief werd in 1901, werden kinderen verplicht om van hun 6e tot hun 12e jaar onderwijs te volgen. Hierdoor werd het analfabetisme met sprongen teruggedrongen. Omdat het analfabetisme onder de arbeidersklasse van de bevolking nog volop heerste, hield het ambacht nog tot halverwege de vorige eeuw stand.

De ongeletterde mensen in den lande werden op de hoogte gehouden door de berichten die de omroepers verkondigden. De omroepers toentertijd waren meestal sober geklede mensen die het omroepen als nevenactiviteit naast hun werk hadden.
Oudere mensen zullen zich nog wel herinneren dat, meestal na de zondagsdienst, buiten bij de kerk de omroeper op een kleine verhoging of steen kond deed van lokale berichten. Zoals een aankomende raadsvergadering of grond die ter veiling of te koop werd aangeboden en waar en wanneer dat allemaal plaats zou vinden. Ook als er een noodslachting plaats vond, ging de omroeper op pad. Op tal van plaatsen langs de rivier verkondigde de omroeper als er een schip met turf of kolen bij de loswal was gearriveerd, wat de prijs per mud was. In de vele vissersplaatsjes, die Nederland rijk was, ging de omroeper rond als de vloot binnenliep en verkondigde hij wat schar, bot, paling of ander soort vis moest kosten.
Manus van Empel

Opkomst van de telefonie, radio en TV in de vorige eeuw en vooral de vooruitgang in deze communicatiemiddelen, met de daaraan verbonden snelle groei van nieuwsgaring in de vorm van journaals en nieuwsrubrieken maakten de omroeper zo goed als helemaal overbodig. Ook de middenstand ging gebruik maken van nieuwe vormen van bekendmaking. De goederen en spullen die de omroeper eerst nog mocht aanprijzen verschenen als advertenties en reclames. De omroeper werd steeds minder gevraagd en verdween langzaam uit het straatbeeld. Zo was dit oude ambacht gedoemd om uit te sterven.

Omroepers waren te vinden in vele landen. Hier enkele benamingen van omroeper in een andere taal: Bellenman (Vlaams), Town crier (Engels), Ausrufer (Duits), Crieur public (Frans), Pregonero (Spaans), Kisbiro (Hongaars), Miasta (Pools), Banditore (Italiaans). Ook in deze landen is de omroeper uit het vaste straatbeeld verdwenen.
Bertus van Brummelen
Toch zijn er nog dorpen, buurt- en leefgemeenschappen die het omroepen als vorm van communicatie niet verloren willen laten gaan.
In 1987 werden Nederlandse omroepers die nog hun ambacht trouw waren, door de Steenwijker stadsomroeper Gijsbertus van Brummelen gemobiliseerd met een kort en krachtig:

Omroepers aller provinciën, verenigt u!

Diverse omroepers uit den lande gaven aan deze oproep gehoor en zo kwam er na lange tijd weer een omroepersvereniging, de voorloper van de huidige omroepgildes.

Tegenwoordig wordt de omroeper nog ingezet als curiositeit tijdens geboorten, trouwen, jubilea, feesten of markten. Dit zijn maar enkele voorbeelden waar de hedendaagse omroeper voor gebruikt kan worden.
Maar of het nu door een omroeper gebeurd, of via allerlei technische snufjes zoals draagbare telefoons, internet, msn, sms of what’s app, de mens zal altijd blijven communiceren.